Menu

Bowling uitgelegd

De basis en puntentelling

Tien pins, tien beurten. Zo werken een game, strikes, spares en de punten op het scherm.

Een game bestaat uit tien beurten

Aan het einde van de baan staan tien pins. Je probeert ze met je bal om te gooien. Eén game bestaat uit tien frames: de beurten op het scorebord. In de eerste negen frames heb je maximaal twee worpen. Na iedere beurt worden de pins opnieuw neergezet.

Het scherm telt je punten op. Soms blijft een vakje even leeg na een strike of spare. Dat is normaal: de score van die beurt hangt dan ook af van je volgende worp of worpen.

Strike, spare of een open frame

  • Strike: alle tien pins vallen bij je eerste worp. Op het scorebord zie je een X. Je krijgt tien punten plus de pins van je volgende twee worpen.
  • Spare: met twee worpen gooi je samen alle tien pins om. Je ziet een /. Je krijgt tien punten plus de pins van je volgende worp.
  • Open frame: na twee worpen staan er nog pins. Je krijgt het aantal pins dat je in die beurt hebt omgegooid. Er komt geen bonus bij.

Twee voorbeelden om mee te rekenen

Na een strike gooi je zes pins en daarna twee pins. De strike levert dan 10 + 6 + 2 = 18 punten op. De volgende beurt zelf is acht punten waard. Samen zijn die twee beurten dus 26 punten.

Gooi je eerst zeven pins en daarna de overige drie, dan heb je een spare. Vallen bij de volgende worp vijf pins, dan levert de spare 10 + 5 = 15 punten op.

De laatste beurt werkt iets anders

Bij een strike in het tiende frame krijg je twee extra worpen. Bij een spare krijg je er één. Die zijn nodig om de bonus van die laatste beurt te bepalen; er begint geen elfde frame.

De hoogst mogelijke scratchscore is 300. Daarvoor gooi je twaalf strikes achter elkaar: negen in de eerste negen frames en drie in het tiende. Scratch is je gegooide score, zonder handicap. In onze league kan je handicap daar nog bij worden opgeteld.